Afdrukken

Voor de 5e keer zijn we naar Zuid-Frankrijk geweest. Zes jaar geleden is het allemaal (opnieuw) begonnen en nu was het 1e lustrum (vorig jaar ging het helaas niet door).

In de afgelopen jaren hebben we veel geleerd en de moeilijkheidsgraad langzaam opgevoerd. Mede door het enorm mooie weer van 2 jaar geleden bestempel ik dat toch wel als het topjaar. En dat was de referentie en dus ook de verwachting voor dit jaar . . . . .

De weersverwachting gaf niet de meest optimistische berichten maar vol goede moed vertrokken we vorige week zondagochtend rond half zes. Zoals de laatste 3 keer gebruikelijk hadden we met Carl afgesproken op de parkeerplaats bij Maarheeze om vanuit daar samen naar het zuiden te rijden. In de Ardennen zagen we de temperatuur dalen naar -3°. Er was daar zelfs een dikke laag zout gestrooid! Die dag werd het uiteindelijk niet warmer dan 14°. De op het laatst meegenomen winterjas bleek geen overbodige luxe.

Toen we om 16:00 aankwamen waren Teun en Davy er al. Dion en Frank waren met mij meegereden, Mark zat bij Carl in de auto. Anton had zich wegens omstandigheden op het allerlaatste moeten afmelden.

Thomas was rond 18:00 uur met Lisette aangekomen en na een paar biertjes en het prima magnetronvoer van de groothandel werd er op tijd geslapen. Ik moet zeggen: in je eentje in een 2 persoonsbed slaapt best goed.

Gezien de weersverwachting (wind en regen) togen we op maandag naar Marseille. Vanuit daar was de eerste bestemming de Chaouen bij L’Île du Planier. Dit is een super mooi wrak, niet te diep en prima voor zo’n eerste duik. ’s Middags begon het toch al wat harder te waaien maar boven Le Liban was het nog goed te doen (zeker met zeeziek-pilletjes die ik standaard voor iedere duik eentje slik). Ik moet zeggen hoe vaker je op zo’n wrak komt hoe meer je ervan ziet. Mocht iemand daar volgend jaar een Suunto dieptemeter vinden: ik ben de rechtmatige eigenaar . . .

’s Avonds genoten we van de zelfgemaakte chili en werd er opnieuw op tijd geslapen.

Op dinsdag was de wind al weer harder gaan waaien. De baai bij St Elme leek de enige plek waar we nog konden duiken. Dus besloten we naar de L’Aroyo te varen. Ankeren was niet echt mogelijk en de stroming was te sterk om nog naar Les Deux Freres te zwemmen dus werd het een emmerprofiel naar het wrak. Hoewel al vaker gezien blijft dit ook de moeite waard. De relatief geringe diepte geeft je ook de mogelijkheid om even rond te kijken. De tweede duik bracht ons naar hetzelfde wrak (een rifduikje zagen we niet echt zitten).

Het eten was weer prima voor elkaar met de couscous van Carl!

De voorspellingen voor woensdag waren niet echt best. Met enige bedenkingen zijn we maar naar St Elme gereden om daar gezamenlijk tot de conclusie te komen dat duiken er vandaag niet inzit. Het alternatieve programma was zo gevonden: Musée Océanographic de Monaco. De bus en de boot brachten we naar de camping om vervolgens met 3 auto’s naar Monaco te rijden. Carl voorop, ik daarachter en Teun achter mij. We zouden gaan parkeren in de parkeergarage in de grot onder het museum. Tot in Monaco reden we keurig achter elkaar. Daar moest ik stoppen voor een stoplicht waar Carl nog doorheen was gereden. Toen het groen werd reed ik een tunneltje in en na dat tunneltje moest ik kiezen: linksaf of rechtdoor de berg op. Halverwege de berg reed een donkere C5 dus even wat gas geven en we waren weer bij elkaar. Dit was ook meteen de weg naar de parkeergarage en daar reden we ook in. Helaas voor Teun kon die niet mee want de maximale hoogte was 1.90 en met een bus van 1.96 is dat geen optie. Zes verdiepingen naar beneden ben ik achter de C5 aangereden om er vervolgens naast te parkeren. Toen bleek dat het Carl niet was! Ik was achter een paar Franse dames in een C5 aangereden.

Eenmaal boven aangekomen bleken we uiteindelijk alle drie ergens anders geparkeerd te hebben. Wij stonden onder het museum, Teun stond op een half uur loopafstand en Carl op 1,25 uur loopafstand. Dan duurt wachten in de regen toch lang.

Het museum bestond uit een aquarium en een tentoonstelling. Het aquarium was best aardig. De tentoonstelling liet verschillende zeedieren op sterk water zien (sommige zaten al 100 jaar in een fles). Ook een tentoonstelling over het vroegere zeeleven en de onderzoeken die daar plaatsvonden waren best interessant. Jammer alleen dat het allemaal in het Frans was.

Op de terugweg naar de camping hebben we meer regen gehad dan ik ooit heb gezien. Putdeksels werden gewoon omhoog geduwd. ’t Was inderdaad geen duikweer geweest vandaag.

Ondanks het wat latere tijdstip smaakte de kip Siam lekker (gaat goed deze week).

Donderdagochtend zou het allemaal beter worden. We hadden de Donateur op het lijstje staan. In de haven van Hyeres aangekomen hadden we geen strak blauwe lucht maar het leek ons goed genoeg. Tijdens de afdaling naar de Donateur bleef mijn masker steeds vol water lopen. Ook tijdens de duik kwam er steeds weer water in. Het is waar: als je je niet scheert (had ik niet gedaan sinds zaterdag) dan sluit je masker niet goed af.

Tijdens het uithangen op de terugweg zagen we de regen op het wateroppervlak landen. Het weer was dus toch omgeslagen. Eenmaal boven bleek dat Lisette daar zo ongeveer doodsangsten had uitgestaan: het was kort nadat wij het water in waren enorm gaan regenen, onweren en waaien. Kortom: storm. Gelukkig trok dat even snel weer weg. Tijdens het terugvaren naar de haven zagen we op 1 kilometer een waterhoos. Indrukwekkend hoe snel het weer zo kan omslaan.
Het enige alternatief voor de middagduik was een of ander onbestendig wrakje. Ik was de enige die niet meeging. Effe geen zin. Uiteindelijk bleek dat ik niets gemist had. Sommige hadden het wrak niet eens gevonden en hadden niet meer gezien dan een grasveld onderwater. Had ik toch geen spijt.

Die avond aten we pasta en hebben we het voor het eerst wat later gemaakt. Onder het genot van wat biertjes gingen we rond twaalf uur slapen. Ontbijt morgenochtend een uur later!

Vrijdagochtend gingen we weer naar Hyeres. Dit keer met bestemming Le Michel C. Helaas waren de golven daar van een dusdanige hoogte dat we het snel eens waren dat we hier niet konden duiken. Dan maar naar Le Grec als alternatief. Eenmaal daar aangekomen liet een Franse boot 2 duikers te water gaan. Hij vertelde ons dat er een “very strong current” stond.

Omdat ankeren geen optie was zouden we onze boei vastmaken aan het boeitje wat er al lag. Mark even met vinnen en een snorkel erin om dit aan elkaar te bevestigen. En het stroomde hard! Om te voorkomen dat we met te velen tegelijk aan de boei zouden hangen werd gedoken met een interval van 5 minuten. In het water aangekomen was zwemmen alleen niet goed genoeg. Met gecombineerde arm- en beenkracht zijn we langs de lijn (die trilde als een snaar) naar beneden gegaan. Teun en Davy waren al op de terugweg en Teun veegde figuurlijk de zweetdruppels van zijn voorhoofd. Beneden aangekomen even in de luwte op adem komen en dan met handen en voeten het wrak bekijken. Dit was de eerste keer hier en zeker de moeite waard!

Na niet al te lange tijd zijn we al liggend op de lijn rustig terug naar boven gegaan. Dit ging prima en uiteindelijk kwamen we Mark, Carl en Frank tegen. Hoger konden we niet want de boei was onder water getrokken. Maar ik wilde nog wel hoger want we zaten nog op 12 meter. Door de stroming en het feit dat we met z’n 5-en aan de boei hingen zakten we langzaam met boei en al naar beneden. Deco gaf 8 minuten aan en lucht werd minder, diepte was al groter dan 20 meter. Loslaten was eigenlijk de enige optie, maar dan zou je wel heel ver afdrijven. Omdat dit toch het enige alternatief leek heb ik mijn decoboei uitgepakt en vastgemaakt aan mijn reel. Dit terwijl ik met armen en benen om de lijn zat geklemd. Toen ik bijna klaar was zag ik dat Mark hetzelfde idee had. Hij liet zijn boei op en zij lieten met zijn 3-en de lijn los. Dit verminderde de weerstand zodanig dat Dion en ik langzaam begonnen te stijgen. Uiteindelijk hebben we keurig onze deco uit kunnen hangen. Toen we naar de oppervlakte gingen had ik nog steeds niet veel zin om los te laten. Eenmaal boven heb ik (ze overdrijven nogal graag) schijnbaar een innige omarming gehad met de boei waarna ik met set en al in de boot werd getrokken.

Dit was geen relaxte duik, maar hij was wel heel leerzaam. Op dit soort momenten moet je je spullen kennen, je moet zonder klooien een boei op kunnen laten en je moet overzicht houden over de situatie. Dit lijkt allemaal evident maar het wordt weinig geoefend. Het is bijna nooit nodig en als het wordt gedaan gaat alles zoals gepland. Ik hang mijn boei voortaan aan mijn vest, dan kan ik er nog beter bij dan dat ik eerst de rits van mijn vest moet zoeken.

’s Middags zijn we naar St Elme gegaan om daar met zijn 5-en nog een duikje te maken op de Dornier. Geen stroming en weinig golven. Zo heb ik ze het liefst.

Vrijdagavond uit eten in het Italiaanse restaurantje waar we al vaker waren. De drank vloeide rijkelijk bij sommigen en daar hebben we later in het huisje nog een gevolg aan gegeven. Onder invloed verandert het gedrag bij sommigen. . . . .

Zaterdagochtend opruimen en wegwezen. Vertrek rond 09:00 uur een aankomst thuis rond 21:30 uur. Onderweg nog wel even schnitzel met friet bij Baraque de Fraiteure.

’t Was weer een prima week, iedereen bedankt!

Johan